Parochiekerk Sint-Martinus

Belgium / Ost-Flandern / Herzele / Kerkstraat, 37
 beschermd gebouw, katholieke kerk, 16e eeuwse constructie

De vroegste bouwgeschiedenis van de kerk is niet bekend maar klimt vermoedelijk op tot de 10de eeuw. De oudste vermelding van de plaatsnaam dateert van 972. Onder heer Boudewijn van Herzele werd de kerk in 1147 overgedragen aan de abdij van Saint-Ghislain in Henegouwen. Vanaf de bisdomhervorming van 1559 behoorde de kerk tot het aartsbisdom Mechelen, dekenij Ninove, van 1801 tot 1845 tot het bisdom Gent, dekenij Aalst, van 1845 tot 1911 tot de dekenij Ninove, en sinds 1912 is Herzele een zelfstandige dekenij.

In de loop der eeuwen was de kerk verscheidene malen het slachtoffer van vernielingen, zoals in 1381 door het leger van Lodewijk van Male, in 1485 door het leger van Maximiliaan van Oostenrijk, in 1579 door de Spanjaarden. Vanaf 1600 werkte men aan de heropbouw van de vernielde kerk. Het koor werd herbouwd in 1625.

In 1829 werd het westelijk deel en het middenkoor van de kerk afgebroken, een nieuw schip met koor werd gebouwd ten westen van het bewaarde oude gedeelte (toren en transept, nu zijkapellen), dat van dan af dienst deed als ingangspartij.

In 1906 krijgt architect Henri Valcke de opdracht van de kerkfabriek van Sint-Martinus om een nieuwe kerk te ontwerpen. Voorzitter van de kerkfabriek is de kasteelheer burggraaf Gustave du Parc Locmaria. Na onderzoek ter plaatse brengt architect Valcke verslag uit bij de Koninklijke Commissie voor Monumenten in Brussel. In zijn verslag vermeldt Valcke volgende bevindingen: De oorspronkelijke kerk was geoosterd maar door vergrotingswerken een 60-tal jaren geleden werd het oude gedeelte aan de voorgevel gesloopt en werd de kerk naar het westen georiënteerd. De toren en de noordelijke kapel zijn in vroeggotische stijl. De zuidelijke kapel werd in baksteen heropgebouwd in de 16de eeuw. In die periode heeft men ook in de noordelijke puntgevel een venstertracering in flamboyante gotiek geplaatst, onderaan ziet men nog de aanzet van het oorspronkelijke moneel. In beide annexen van de toren is een ampullennis naar het oosten en een deur naar het westen. In de zuidelijke kapel is in de oostkant een heiligennis. Het gewelf van de toren zou dateren uit de 16de eeuw. Architect Valcke besluit dat deze oude delen van de kerk voldoende archeologische waarde vertonen om te beschermen als monument. In 1906 worden deze oude delen door de commissie in de 3de klasse van monumentale cultusgebouwen gerangschikt.

In 1911 stelt architect Valcke zijn plannen voor een gedeeltelijke herbouwing van de Sint-Martinuskerk voor. Tezelfdertijd worden de toren en de zijkapellen gerestaureerd. De werken worden uitgevoerd door aannemer Bruxelman van Ledeberg. In 1913 werd de sloop van de oude kerk gestart, met uitzondering van de toren met de twee zijkapellen, de fundering van de zijbeuken, de kolommen en de muren tot de hoogte der vensters. In 1913 werd een wijziging aangebracht aan het oorspronkelijke plan door toevoeging van een berging bij de sacristie. De nieuwe kerk had dus dezelfde breedte van de oude kerk maar werd ten westen uitgebreid met een nieuw koor en sacristie. Van de voorheen 25 grafplaten van pastoors en notabelen werden er negen teruggeplaatst.

In 1969 hadden herstellingswerken plaats onder leiding van architect A. Bressers (Gent). In 1970-71 werden de wanden voorzien van houten lambriseringen. In 1974-75 werd de kerk inwendig opgefrist, de polychromie werd verwijderd. Het architectenbureau Bressers startte vanaf 2001 herstellingswerken aan de monelen en glasramen, aan de toren en het natuurstenen parement. In 2008 vond een herstelling plaats van de glasramen.

id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/8931
Nearby cities:
Coördinaten:   50°53'15"N   3°53'24"E
This article was last modified 5 jaren geleden