De Grooten Robijn (Antwerpen)

Belgium / Antwerpen / Antwerp / Antwerpen / Lange Nieuwstraat, 20-24
 hotel, beschermd gebouw, 17e eeuwse constructie

“De Grooten Robijn” was sinds 1641 in het bezit van de familie Du Bois, die het huis samen met drie aanpalende panden had gekocht van de gezusters Houtappel. Afkomstig uit Kortrijk, gold de familie Du Bois in de 17de en 18de eeuw als één van de meest kapitaalkrachtige van Antwerpen. In 1734 kwam het hotel via erfenis in het bezit van Arnould Martin Louis du Bois (Antwerpen, 1674-Antwerpen, 1745), weduwnaar van Marie Catherine Vecquemans (Antwerpen, 1681-Antwerpen, 1730). Bij diens overlijden in 1745, ging “De Grooten Robijn” naar de jongste zoon Jean Antoine du Bois, heer van Vroylande, die in 1743 was gehuwd met Thérèse Jeanne Josèphe van Colen (1723-1753). Tussen 1746 en 1749/1750 liet deze het hotel volledig herbouwen door de architect Jan Pieter van Baurscheit de Jonge. Jean Antoine du Bois hertrouwde in 1755 met Dymphne Françoise Adrienne Della Faille de Nevele, met wie hij zeven kinderen kreeg, geboren tussen 1756 en 1767. Vrijwel gelijktijdig met “De Grooten Robijn” herbouwde Van Baurscheit voor de oudere broer en zus van Jean Antoine du Bois het hotel Arnould du Bois de Vroylande verderop in de Lange Nieuwstraat, diens buitenplaats Sorghvliedt in Hoboken, en het hotel douairière van Susteren-du Bois, het huidige Osterriethhuis aan de Meir. In 1749 verwierf Jean Antoine du Bois de buitenplaats Schoonselhof te Wilrijk, die hij vervolgens eveneens door Van Baurscheit liet verbouwen. Deze gebouwen behoren tot het latere oeuvre van de architect, die in deze periode ook het vorstelijke hotel Joan Alexander van Susteren, het huidige Koninklijk Paleis op de Meir tot stand bracht. Het Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet bewaart een reeks ontwerptekeningen voor "De Grooten Robijn" van de hand van Van Baurscheit.

Vanaf 1829 vestigde de Banque d'Anvers haar hoofdzetel in “De Grooten Robijn”. Deze bank ging terug tot één van de vijf in 1823 opgerichte Zuid-Nederlandse kantoren van de Algemeene Nederlandsche Maatschappij ter Begunstiging van de Volksvlijt, voorloper van de Generale Maatschappij van België. Dit bijkantoor kreeg in 1827 een autonoom statuut als Banque d’Anvers of Bank van Antwerpen, en werd in 1870 omgevormd tot een onafhankelijke naamloze vennootschap. De bank kende na de Eerste Wereldoorlog een grote expansie en kapitaalsverhoging, met overnames van de Banque de l’Union Anversoise (1919), de Banque de Reports, de Fonds Publique et de Dépôts (1919), het Crédit Mobilier de Belgique (1924), de Banque du Crédit Comercial (1954) en de aloude Banque J.-J. Le Grelle (1962). Zij fuseerde in 1965 met de Bank van de Generale Maatschappij van België en de Société Belge de Banque tot de Generale Bankmaatschappij, voorloper van Fortis. De Banque d’Anvers liet “De Grooten Robijn” in een eerste fase uitbreiden met de westvleugel op de hoek van Lange Nieuwstraat en Borzestraat, naar een ontwerp door Joseph Hertogs uit 1900. Met deze werken, waarvoor acht huizen werden gesloopt, ging de aannemer J.H. Bolsée, Em. Hargot & Cie in 1901 van start. Daarbij werd het oorspronkelijke gevelfront door Van Baurscheit exact gedupliceerd zijde Lange Nieuwstraat, en zijde Borzestraat doorgetrokken tot tegen de noordgevel van de Handelsbeurs. In een tweede fase ontstond de oostvleugel met de lokettenhal naar een ontwerp door Hertogs uit 1913, uitgevoerd door de aannemer Jean Bolsée. Het gebouw op de hoek van Lange Nieuwstraat en Pruynenstraat, gemarkeerd door een monumentale hoektoren, sluit in de Korte Klarenstraat aan op de oostgevel van de Handelsbeurs.

id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/5382
Nearby cities:
Coördinaten:   51°13'10"N   4°24'24"E
This article was last modified 7 jaren geleden