Willemsoord
Netherlands /
Drenthe /
Meppel /
World
/ Netherlands
/ Drenthe
/ Meppel
Wereld / Nederland / Friesland
dorp
Categorie toevoegen
Kolonie 3 Willemsoord rijke historische erfenis
Binnen de imposante rij van 34 kleine kernen die de gemeente Steenwijkerland na de "fusie" met Brederwiede en IJsselham anno 2005 rijk is, neemt Willemsoord een zeer bijzondere plaats in. Immers de geschiedenis van de Maatschappij van Weldadigheid geeft het dorp een opvallend historische status. Een geschiedenis die niet heel ver teruggaat in onze jaartelling maar even boeiend als uniek genoemd mag worden, overgoten met een koninklijk sausje. Willemsoord dateert van 1820. In dat jaar werd in opdracht van de Maatschappij begonnen met de aanleg van wegen en de bouw van de eerste 100 huizen. Met daarnaast de grote gebouwen zoals de woning voor de onderdirecteur, de spinzaal met washok, een woning voor de adjunct-directeur fabriekswezen en de school met onderwijzerswoning. De benodigde grond was daarvoor gekocht van onder meer Het Heideveld Steenwijker¬wold.
Generaal Johannes van den Bosch was de geestelijk vader van de plannen om in Frederiks¬oord, Wilhelminaoord en Willemsoord drie vrije koloniën te stichten om kansarme gezinnen uit het Westen van ons land de gelegenheid te bieden een nieuw bestaan op te bouwen. De kolonisten kregen een woning met een hectare grond, er werd voorzien in hun onderhoud, er was geneeskundige hulp, alsmede godsdienst- en schoolonderwijs. Dankzij de contributie van een flink aantal redelijk gefortuneerde Nederlanders konden de leefomstandigheden van die lagere volksklassen aanzienlijk verbeterd worden. Het Huis van Oranje was zeer geïnteresseerd in de plannen. De kroonprins van Oranje, de latere Koning Willem II, gaf Willemsoord zijn naam. Willem betaalde de bouw van de school en onderwijzerswoning uit eigen zak: welgeteld 1.400 gulden voor de realisatie van beide gebouwen.
Het regiem van de Maatschappij was streng. De jeugd ging zes dagen per week naar school. Willemsoord telde een relatief groot aantal opleidingen naast de lagere school. Zo was er nabij het centrum een naai- en breischool alsmede een tekenschool. De jeugd kon ook opgeleid worden in verschillende takken van nijverheid. Zo was er een zakkenweverij, een touwbaan, een timmerwinkel en een verfwinkel, terwijl de bos- en landbouw de jeugd perspectief bood op de administratie van de Maatschappij terecht te komen. Maar Willemsoord kende ook een eigen landbouwvakschool die op de Ronde Blesse was gesitueerd: de Gerard Adriaan van Swieten Landbouwschool. De maatschappij bezat in de directe omgeving drie "goed gedreven" boerderijen (Hoeve Utrecht, Hoeve Amsterdam en Hoeve Generaal van den Bosch) waardoor er voldoende grond beschikbaar was voor het aanleggen van proefvel¬den voor de studenten. Verder waren een veearts, stoomzuivelfabriek en een ontromingsfabriek binnen handbereik. De landbouwschool werd in 1890 gesticht en 1910 gesloopt, waarna de school tot woonhuis werd omgebouwd.
Het eerste kerkgebouw dat in de drie vrije koloniën werd gesticht was bestemd voor de joodse kolonisten. Die gezinnen werden in het noordoostelijke deel van de kolonie Willemsoord (op De Pol) gehuisvest en dat gebied kreeg in de volksmond de naam Jodenhoek. Er werd later (1837) ook een Israëlitisch bijschooltje gebouwd samen met een kleine synagoge. In 1860 woonden er nog 24 joodse gezinnen in de kolonie Willemsoord. De Nederlands Hervormde kerk aan de Steenwijkerweg in Willems¬oord werd in januari 1855 ingewijd.
Wat maakte Willemsoord nu zo bijzonder, zo verschillend van de omgeving? Cecilia Kloosterhuis, noemt in haar boek “De bevolking van de Vrije Koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid” onder meer de gangbare spreektaal die dicht bij het Algemeen Beschaafd Nederlands lag en "geïmporteerd" door de stedelingen uit het Westen. “Maar ook de omgangs¬vormen in het dorp speelden een rol in het anders zijn. Kinderen werden van jongs af aan orde en regels gewend en strenger opgevoed dan elders”, aldus de vrouw naar wie in Willemsoord een straat werd vernoemd. Over de vormgeving van het dorp is ze wat negatief: "Het strakke van de aanleg, de ontzettende regelmaat in de verkaveling, de eentonigheid van de vrijwel gelijke koloniehuisjes op
onderd meter afstand van elkaar langs de kaars¬rechte wegen. Alles monotoon, zelfs de houtwallen. Geen verrassing, geen kronkel¬weggetjes". Was Willemsoord dan geen echt dorp? Juist wel, maar anders. De gebouwen en voorzieningen waren opvallend. Er was een kerk, school, postkantoor, een café, zelfs een spoorwegstationnetje. Er waren een paar winkels, een bakkerij, smederij, een klein zuivel¬fabriekje, de molen, een mandenmakerij, zelfs een eigen dokter en vroedvrouw, eigen koloniegeld was in omloop. Maar ook een verenigingsgebouw gewijd aan onderwijs en ontspanning dat in de volksmond Ons Gebouw werd genoemd.
De herinneringen aan het bijzondere van het koloniedorp Willemsoord vervaagden echter steeds meer. Vanaf rond 1920 werden de bezittingen van de Maatschappij verkocht. Welgeteld 185 jaar na de komst van de allereerste bewoners is er nog een archief, zijn er een handvol (straat)namen, oude foto's, tekeningen en een diaserie dat die historie levend houdt. Op kerkhof "Vredehof" spreken de namen op de grafstenen de taal van het verleden.
Na de tweede wereldoorlog, zo eind vijftiger, begin zestiger jaren, kreeg Willemsoord een ander gezicht. Tussen Paasloregel en de beek De Reune werd een nieuw woonwijkje gebouwd, later gevolgd door de nieuwe woningen in het zuidwesten van het dorp. Eind tachtiger jaren werd de A32 aangelegd. De basisschool moest uitbreiden omdat zij te klein werd om de aanwas van leerlingen te kunnen verwerken. Multifunctioneel centrum ’t Kolonie¬huus’ kwam mede dankzij veel vrijwilligerswerk tot stand. Aan de andere kant verdwenen winkels echter als sneeuw voor de zon en werd de roep om leefbaarheid steeds sterker. Met als motto “Willemsoord wil geen slaapdorp
Binnen de imposante rij van 34 kleine kernen die de gemeente Steenwijkerland na de "fusie" met Brederwiede en IJsselham anno 2005 rijk is, neemt Willemsoord een zeer bijzondere plaats in. Immers de geschiedenis van de Maatschappij van Weldadigheid geeft het dorp een opvallend historische status. Een geschiedenis die niet heel ver teruggaat in onze jaartelling maar even boeiend als uniek genoemd mag worden, overgoten met een koninklijk sausje. Willemsoord dateert van 1820. In dat jaar werd in opdracht van de Maatschappij begonnen met de aanleg van wegen en de bouw van de eerste 100 huizen. Met daarnaast de grote gebouwen zoals de woning voor de onderdirecteur, de spinzaal met washok, een woning voor de adjunct-directeur fabriekswezen en de school met onderwijzerswoning. De benodigde grond was daarvoor gekocht van onder meer Het Heideveld Steenwijker¬wold.
Generaal Johannes van den Bosch was de geestelijk vader van de plannen om in Frederiks¬oord, Wilhelminaoord en Willemsoord drie vrije koloniën te stichten om kansarme gezinnen uit het Westen van ons land de gelegenheid te bieden een nieuw bestaan op te bouwen. De kolonisten kregen een woning met een hectare grond, er werd voorzien in hun onderhoud, er was geneeskundige hulp, alsmede godsdienst- en schoolonderwijs. Dankzij de contributie van een flink aantal redelijk gefortuneerde Nederlanders konden de leefomstandigheden van die lagere volksklassen aanzienlijk verbeterd worden. Het Huis van Oranje was zeer geïnteresseerd in de plannen. De kroonprins van Oranje, de latere Koning Willem II, gaf Willemsoord zijn naam. Willem betaalde de bouw van de school en onderwijzerswoning uit eigen zak: welgeteld 1.400 gulden voor de realisatie van beide gebouwen.
Het regiem van de Maatschappij was streng. De jeugd ging zes dagen per week naar school. Willemsoord telde een relatief groot aantal opleidingen naast de lagere school. Zo was er nabij het centrum een naai- en breischool alsmede een tekenschool. De jeugd kon ook opgeleid worden in verschillende takken van nijverheid. Zo was er een zakkenweverij, een touwbaan, een timmerwinkel en een verfwinkel, terwijl de bos- en landbouw de jeugd perspectief bood op de administratie van de Maatschappij terecht te komen. Maar Willemsoord kende ook een eigen landbouwvakschool die op de Ronde Blesse was gesitueerd: de Gerard Adriaan van Swieten Landbouwschool. De maatschappij bezat in de directe omgeving drie "goed gedreven" boerderijen (Hoeve Utrecht, Hoeve Amsterdam en Hoeve Generaal van den Bosch) waardoor er voldoende grond beschikbaar was voor het aanleggen van proefvel¬den voor de studenten. Verder waren een veearts, stoomzuivelfabriek en een ontromingsfabriek binnen handbereik. De landbouwschool werd in 1890 gesticht en 1910 gesloopt, waarna de school tot woonhuis werd omgebouwd.
Het eerste kerkgebouw dat in de drie vrije koloniën werd gesticht was bestemd voor de joodse kolonisten. Die gezinnen werden in het noordoostelijke deel van de kolonie Willemsoord (op De Pol) gehuisvest en dat gebied kreeg in de volksmond de naam Jodenhoek. Er werd later (1837) ook een Israëlitisch bijschooltje gebouwd samen met een kleine synagoge. In 1860 woonden er nog 24 joodse gezinnen in de kolonie Willemsoord. De Nederlands Hervormde kerk aan de Steenwijkerweg in Willems¬oord werd in januari 1855 ingewijd.
Wat maakte Willemsoord nu zo bijzonder, zo verschillend van de omgeving? Cecilia Kloosterhuis, noemt in haar boek “De bevolking van de Vrije Koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid” onder meer de gangbare spreektaal die dicht bij het Algemeen Beschaafd Nederlands lag en "geïmporteerd" door de stedelingen uit het Westen. “Maar ook de omgangs¬vormen in het dorp speelden een rol in het anders zijn. Kinderen werden van jongs af aan orde en regels gewend en strenger opgevoed dan elders”, aldus de vrouw naar wie in Willemsoord een straat werd vernoemd. Over de vormgeving van het dorp is ze wat negatief: "Het strakke van de aanleg, de ontzettende regelmaat in de verkaveling, de eentonigheid van de vrijwel gelijke koloniehuisjes op
onderd meter afstand van elkaar langs de kaars¬rechte wegen. Alles monotoon, zelfs de houtwallen. Geen verrassing, geen kronkel¬weggetjes". Was Willemsoord dan geen echt dorp? Juist wel, maar anders. De gebouwen en voorzieningen waren opvallend. Er was een kerk, school, postkantoor, een café, zelfs een spoorwegstationnetje. Er waren een paar winkels, een bakkerij, smederij, een klein zuivel¬fabriekje, de molen, een mandenmakerij, zelfs een eigen dokter en vroedvrouw, eigen koloniegeld was in omloop. Maar ook een verenigingsgebouw gewijd aan onderwijs en ontspanning dat in de volksmond Ons Gebouw werd genoemd.
De herinneringen aan het bijzondere van het koloniedorp Willemsoord vervaagden echter steeds meer. Vanaf rond 1920 werden de bezittingen van de Maatschappij verkocht. Welgeteld 185 jaar na de komst van de allereerste bewoners is er nog een archief, zijn er een handvol (straat)namen, oude foto's, tekeningen en een diaserie dat die historie levend houdt. Op kerkhof "Vredehof" spreken de namen op de grafstenen de taal van het verleden.
Na de tweede wereldoorlog, zo eind vijftiger, begin zestiger jaren, kreeg Willemsoord een ander gezicht. Tussen Paasloregel en de beek De Reune werd een nieuw woonwijkje gebouwd, later gevolgd door de nieuwe woningen in het zuidwesten van het dorp. Eind tachtiger jaren werd de A32 aangelegd. De basisschool moest uitbreiden omdat zij te klein werd om de aanwas van leerlingen te kunnen verwerken. Multifunctioneel centrum ’t Kolonie¬huus’ kwam mede dankzij veel vrijwilligerswerk tot stand. Aan de andere kant verdwenen winkels echter als sneeuw voor de zon en werd de roep om leefbaarheid steeds sterker. Met als motto “Willemsoord wil geen slaapdorp worden” probeert Dorpsbelang richting te geven aan plannen en wensen verpakt in een doelgerichte toekomstvisie. Op korte termijn, maar ook voor de langere termijn. “Onderweg naar morgen”.worden” probeert Dorpsbelang richting te geven aan plannen en wensen verpakt in een doelgerichte toekomstvisie. Op korte termijn, maar ook voor de langere termijn. “Onderweg naar morgen”.
Binnen de imposante rij van 34 kleine kernen die de gemeente Steenwijkerland na de "fusie" met Brederwiede en IJsselham anno 2005 rijk is, neemt Willemsoord een zeer bijzondere plaats in. Immers de geschiedenis van de Maatschappij van Weldadigheid geeft het dorp een opvallend historische status. Een geschiedenis die niet heel ver teruggaat in onze jaartelling maar even boeiend als uniek genoemd mag worden, overgoten met een koninklijk sausje. Willemsoord dateert van 1820. In dat jaar werd in opdracht van de Maatschappij begonnen met de aanleg van wegen en de bouw van de eerste 100 huizen. Met daarnaast de grote gebouwen zoals de woning voor de onderdirecteur, de spinzaal met washok, een woning voor de adjunct-directeur fabriekswezen en de school met onderwijzerswoning. De benodigde grond was daarvoor gekocht van onder meer Het Heideveld Steenwijker¬wold.
Generaal Johannes van den Bosch was de geestelijk vader van de plannen om in Frederiks¬oord, Wilhelminaoord en Willemsoord drie vrije koloniën te stichten om kansarme gezinnen uit het Westen van ons land de gelegenheid te bieden een nieuw bestaan op te bouwen. De kolonisten kregen een woning met een hectare grond, er werd voorzien in hun onderhoud, er was geneeskundige hulp, alsmede godsdienst- en schoolonderwijs. Dankzij de contributie van een flink aantal redelijk gefortuneerde Nederlanders konden de leefomstandigheden van die lagere volksklassen aanzienlijk verbeterd worden. Het Huis van Oranje was zeer geïnteresseerd in de plannen. De kroonprins van Oranje, de latere Koning Willem II, gaf Willemsoord zijn naam. Willem betaalde de bouw van de school en onderwijzerswoning uit eigen zak: welgeteld 1.400 gulden voor de realisatie van beide gebouwen.
Het regiem van de Maatschappij was streng. De jeugd ging zes dagen per week naar school. Willemsoord telde een relatief groot aantal opleidingen naast de lagere school. Zo was er nabij het centrum een naai- en breischool alsmede een tekenschool. De jeugd kon ook opgeleid worden in verschillende takken van nijverheid. Zo was er een zakkenweverij, een touwbaan, een timmerwinkel en een verfwinkel, terwijl de bos- en landbouw de jeugd perspectief bood op de administratie van de Maatschappij terecht te komen. Maar Willemsoord kende ook een eigen landbouwvakschool die op de Ronde Blesse was gesitueerd: de Gerard Adriaan van Swieten Landbouwschool. De maatschappij bezat in de directe omgeving drie "goed gedreven" boerderijen (Hoeve Utrecht, Hoeve Amsterdam en Hoeve Generaal van den Bosch) waardoor er voldoende grond beschikbaar was voor het aanleggen van proefvel¬den voor de studenten. Verder waren een veearts, stoomzuivelfabriek en een ontromingsfabriek binnen handbereik. De landbouwschool werd in 1890 gesticht en 1910 gesloopt, waarna de school tot woonhuis werd omgebouwd.
Het eerste kerkgebouw dat in de drie vrije koloniën werd gesticht was bestemd voor de joodse kolonisten. Die gezinnen werden in het noordoostelijke deel van de kolonie Willemsoord (op De Pol) gehuisvest en dat gebied kreeg in de volksmond de naam Jodenhoek. Er werd later (1837) ook een Israëlitisch bijschooltje gebouwd samen met een kleine synagoge. In 1860 woonden er nog 24 joodse gezinnen in de kolonie Willemsoord. De Nederlands Hervormde kerk aan de Steenwijkerweg in Willems¬oord werd in januari 1855 ingewijd.
Wat maakte Willemsoord nu zo bijzonder, zo verschillend van de omgeving? Cecilia Kloosterhuis, noemt in haar boek “De bevolking van de Vrije Koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid” onder meer de gangbare spreektaal die dicht bij het Algemeen Beschaafd Nederlands lag en "geïmporteerd" door de stedelingen uit het Westen. “Maar ook de omgangs¬vormen in het dorp speelden een rol in het anders zijn. Kinderen werden van jongs af aan orde en regels gewend en strenger opgevoed dan elders”, aldus de vrouw naar wie in Willemsoord een straat werd vernoemd. Over de vormgeving van het dorp is ze wat negatief: "Het strakke van de aanleg, de ontzettende regelmaat in de verkaveling, de eentonigheid van de vrijwel gelijke koloniehuisjes op
onderd meter afstand van elkaar langs de kaars¬rechte wegen. Alles monotoon, zelfs de houtwallen. Geen verrassing, geen kronkel¬weggetjes". Was Willemsoord dan geen echt dorp? Juist wel, maar anders. De gebouwen en voorzieningen waren opvallend. Er was een kerk, school, postkantoor, een café, zelfs een spoorwegstationnetje. Er waren een paar winkels, een bakkerij, smederij, een klein zuivel¬fabriekje, de molen, een mandenmakerij, zelfs een eigen dokter en vroedvrouw, eigen koloniegeld was in omloop. Maar ook een verenigingsgebouw gewijd aan onderwijs en ontspanning dat in de volksmond Ons Gebouw werd genoemd.
De herinneringen aan het bijzondere van het koloniedorp Willemsoord vervaagden echter steeds meer. Vanaf rond 1920 werden de bezittingen van de Maatschappij verkocht. Welgeteld 185 jaar na de komst van de allereerste bewoners is er nog een archief, zijn er een handvol (straat)namen, oude foto's, tekeningen en een diaserie dat die historie levend houdt. Op kerkhof "Vredehof" spreken de namen op de grafstenen de taal van het verleden.
Na de tweede wereldoorlog, zo eind vijftiger, begin zestiger jaren, kreeg Willemsoord een ander gezicht. Tussen Paasloregel en de beek De Reune werd een nieuw woonwijkje gebouwd, later gevolgd door de nieuwe woningen in het zuidwesten van het dorp. Eind tachtiger jaren werd de A32 aangelegd. De basisschool moest uitbreiden omdat zij te klein werd om de aanwas van leerlingen te kunnen verwerken. Multifunctioneel centrum ’t Kolonie¬huus’ kwam mede dankzij veel vrijwilligerswerk tot stand. Aan de andere kant verdwenen winkels echter als sneeuw voor de zon en werd de roep om leefbaarheid steeds sterker. Met als motto “Willemsoord wil geen slaapdorp
Binnen de imposante rij van 34 kleine kernen die de gemeente Steenwijkerland na de "fusie" met Brederwiede en IJsselham anno 2005 rijk is, neemt Willemsoord een zeer bijzondere plaats in. Immers de geschiedenis van de Maatschappij van Weldadigheid geeft het dorp een opvallend historische status. Een geschiedenis die niet heel ver teruggaat in onze jaartelling maar even boeiend als uniek genoemd mag worden, overgoten met een koninklijk sausje. Willemsoord dateert van 1820. In dat jaar werd in opdracht van de Maatschappij begonnen met de aanleg van wegen en de bouw van de eerste 100 huizen. Met daarnaast de grote gebouwen zoals de woning voor de onderdirecteur, de spinzaal met washok, een woning voor de adjunct-directeur fabriekswezen en de school met onderwijzerswoning. De benodigde grond was daarvoor gekocht van onder meer Het Heideveld Steenwijker¬wold.
Generaal Johannes van den Bosch was de geestelijk vader van de plannen om in Frederiks¬oord, Wilhelminaoord en Willemsoord drie vrije koloniën te stichten om kansarme gezinnen uit het Westen van ons land de gelegenheid te bieden een nieuw bestaan op te bouwen. De kolonisten kregen een woning met een hectare grond, er werd voorzien in hun onderhoud, er was geneeskundige hulp, alsmede godsdienst- en schoolonderwijs. Dankzij de contributie van een flink aantal redelijk gefortuneerde Nederlanders konden de leefomstandigheden van die lagere volksklassen aanzienlijk verbeterd worden. Het Huis van Oranje was zeer geïnteresseerd in de plannen. De kroonprins van Oranje, de latere Koning Willem II, gaf Willemsoord zijn naam. Willem betaalde de bouw van de school en onderwijzerswoning uit eigen zak: welgeteld 1.400 gulden voor de realisatie van beide gebouwen.
Het regiem van de Maatschappij was streng. De jeugd ging zes dagen per week naar school. Willemsoord telde een relatief groot aantal opleidingen naast de lagere school. Zo was er nabij het centrum een naai- en breischool alsmede een tekenschool. De jeugd kon ook opgeleid worden in verschillende takken van nijverheid. Zo was er een zakkenweverij, een touwbaan, een timmerwinkel en een verfwinkel, terwijl de bos- en landbouw de jeugd perspectief bood op de administratie van de Maatschappij terecht te komen. Maar Willemsoord kende ook een eigen landbouwvakschool die op de Ronde Blesse was gesitueerd: de Gerard Adriaan van Swieten Landbouwschool. De maatschappij bezat in de directe omgeving drie "goed gedreven" boerderijen (Hoeve Utrecht, Hoeve Amsterdam en Hoeve Generaal van den Bosch) waardoor er voldoende grond beschikbaar was voor het aanleggen van proefvel¬den voor de studenten. Verder waren een veearts, stoomzuivelfabriek en een ontromingsfabriek binnen handbereik. De landbouwschool werd in 1890 gesticht en 1910 gesloopt, waarna de school tot woonhuis werd omgebouwd.
Het eerste kerkgebouw dat in de drie vrije koloniën werd gesticht was bestemd voor de joodse kolonisten. Die gezinnen werden in het noordoostelijke deel van de kolonie Willemsoord (op De Pol) gehuisvest en dat gebied kreeg in de volksmond de naam Jodenhoek. Er werd later (1837) ook een Israëlitisch bijschooltje gebouwd samen met een kleine synagoge. In 1860 woonden er nog 24 joodse gezinnen in de kolonie Willemsoord. De Nederlands Hervormde kerk aan de Steenwijkerweg in Willems¬oord werd in januari 1855 ingewijd.
Wat maakte Willemsoord nu zo bijzonder, zo verschillend van de omgeving? Cecilia Kloosterhuis, noemt in haar boek “De bevolking van de Vrije Koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid” onder meer de gangbare spreektaal die dicht bij het Algemeen Beschaafd Nederlands lag en "geïmporteerd" door de stedelingen uit het Westen. “Maar ook de omgangs¬vormen in het dorp speelden een rol in het anders zijn. Kinderen werden van jongs af aan orde en regels gewend en strenger opgevoed dan elders”, aldus de vrouw naar wie in Willemsoord een straat werd vernoemd. Over de vormgeving van het dorp is ze wat negatief: "Het strakke van de aanleg, de ontzettende regelmaat in de verkaveling, de eentonigheid van de vrijwel gelijke koloniehuisjes op
onderd meter afstand van elkaar langs de kaars¬rechte wegen. Alles monotoon, zelfs de houtwallen. Geen verrassing, geen kronkel¬weggetjes". Was Willemsoord dan geen echt dorp? Juist wel, maar anders. De gebouwen en voorzieningen waren opvallend. Er was een kerk, school, postkantoor, een café, zelfs een spoorwegstationnetje. Er waren een paar winkels, een bakkerij, smederij, een klein zuivel¬fabriekje, de molen, een mandenmakerij, zelfs een eigen dokter en vroedvrouw, eigen koloniegeld was in omloop. Maar ook een verenigingsgebouw gewijd aan onderwijs en ontspanning dat in de volksmond Ons Gebouw werd genoemd.
De herinneringen aan het bijzondere van het koloniedorp Willemsoord vervaagden echter steeds meer. Vanaf rond 1920 werden de bezittingen van de Maatschappij verkocht. Welgeteld 185 jaar na de komst van de allereerste bewoners is er nog een archief, zijn er een handvol (straat)namen, oude foto's, tekeningen en een diaserie dat die historie levend houdt. Op kerkhof "Vredehof" spreken de namen op de grafstenen de taal van het verleden.
Na de tweede wereldoorlog, zo eind vijftiger, begin zestiger jaren, kreeg Willemsoord een ander gezicht. Tussen Paasloregel en de beek De Reune werd een nieuw woonwijkje gebouwd, later gevolgd door de nieuwe woningen in het zuidwesten van het dorp. Eind tachtiger jaren werd de A32 aangelegd. De basisschool moest uitbreiden omdat zij te klein werd om de aanwas van leerlingen te kunnen verwerken. Multifunctioneel centrum ’t Kolonie¬huus’ kwam mede dankzij veel vrijwilligerswerk tot stand. Aan de andere kant verdwenen winkels echter als sneeuw voor de zon en werd de roep om leefbaarheid steeds sterker. Met als motto “Willemsoord wil geen slaapdorp worden” probeert Dorpsbelang richting te geven aan plannen en wensen verpakt in een doelgerichte toekomstvisie. Op korte termijn, maar ook voor de langere termijn. “Onderweg naar morgen”.worden” probeert Dorpsbelang richting te geven aan plannen en wensen verpakt in een doelgerichte toekomstvisie. Op korte termijn, maar ook voor de langere termijn. “Onderweg naar morgen”.
Wikipedia-artikel: http://nl.wikipedia.org/wiki/Willemsoord_(Steenwijkerland)
Nearby cities:
Coördinaten: 52°49'29"N 6°3'35"E
- Kallenkote 6.9 km
- Giethoorn 8.1 km
- Wolvega 9 km
- Zwartsluis 19 km
- Staphorst 21 km
- Rouveen 22 km
- Mastenbroek 27 km
- Nieuwleusen 29 km
- IJsselmuiden 29 km
- Dalfsen 36 km
- Weststellingwerf (Gemeente) 5.5 km
- Steenwijkerland (Gemeente) 9 km
- Westerveld (Gemeente) 16 km
- Ooststellingwerf (Gemeente) 23 km
- De Wolden (Gemeente) 25 km
- Noordoostpolder 27 km
- Drenthe 38 km
- Overijssel 45 km
- Flevoland 47 km
- Friesland 47 km